VOORKENNIS 2 

Sectie kaartlezen  d.d. 22-09-1999,  vraag van ASC Baronierijders.

Naar aanleiding van een verschil van mening tussen uitzetters en deelnemers van een clubrit bij onze club hebben wij de volgende vraag:

Het betreft een pijlenrit, van pijl tot pijl de kortste route en de pijlen zo kort mogelijk tegengesteld (liever niet).

Route is pijl 1, A-B-C-A-B-C-D-E-F, pijl 3.
Op pijl 2 is A-B niet aanwezig, opnemen bij C via keerlus G.
Bij D gaat de kaartweg over in een niet op de kaart voorkomende weg.
F-E is niet aanwezig, dus doorrijden naar keerlus G.
Volgens de uitzetters doorgaan met pijl 3 (voorkennis dat F-E er niet is).
Volgens de deelnemers mag men terug naar C.
Volgens artikel 9c van het TRK mag D-F nogmaals bereden worden. Zie ook tekening en toelichting NRF-Info “Een vernieuwd TRK”. Volgens de uitzetters alleen in de richting F-G en volgens de deelnemers ook in de richting G-D. Graag een uitspraak in deze kwestie.

Antwoord:

Bij D gaat de kaartweg over in een niet op de kaart voorkomende weg en bij F wordt de kaartweg bereikt. Bij het bereiken van de kaartweg dient opnieuw de kortste route naar C te worden bepaald en dat is in deze situatie F-E-D-C.

Men constateert nu dat de weg F-E niet te berijden is en dat punt C niet meer bereikt kan worden. Teruggaan in de route is niet meer mogelijk en de route dient op de eerstvolgende samenkomst van wegen te worden opgenomen.

Het opnamepunt komt nu te liggen bij de keerlus G en daarna wordt doorgegaan met pijl 3.

Opmerkingen:

1. Zoals uit het antwoord blijkt hebben de uitzetters gelijk. Opgemerkt hierbij wordt dat artikel 9c van het TRK volkomen los staat van het voorgelegde probleem.
2. Voorkennis over een weg, situatie o.i.d. heeft men alleen vanuit de gereden richting. Vanuit de andere richting dient de situatie opnieuw en afzonderlijk van de andere rijrichting te worden beschouwd.
3.Alhoewel in artikel 9c van het TRK dit niet expliciet vermeld is, gaat het hier over het “wederom gebruiken in dezelfde rijrichting” (zie opmerking 2).

Ter verduidelijking nog 2 voorbeelden (het 1e voorbeeld heeft ook niets met artikel 9c van het TRK te maken):

De voorgaande situatie is iets gewijzigd, de opdracht en het reglement zijn hetzelfde gebleven.
Route is pijl 1, A-B-C-A-B-C-N-D-E-F-P-S, pijl 4.
Op pijl 2 is A-B niet aanwezig, opnemen bij C via A-C-N-D-E-F-P-O-N-C (dit is de kortste keerlus waarbij geen pijl tegengesteld wordt gereden).
Bij D gaat de kaartweg over in een niet op de kaart voorkomende weg en bij F wordt de kaartweg bereikt.
Nu dient de route te worden vervolgd via F-P-O-N-C en niet via F-E-D-N-C omdat dan pijl 3 tegengesteld wordt gereden (men weet nu dus niet dat F-E niet te berijden is). Bij O is de weg afgesloten en route vervolgen naar S. Nu nogmaals opnemen bij C via S-P-F-E-D-N. Men mag nu de weg P-F-E-D-N wel gebruiken omdat men nog niets weet over deze weg in deze richting.

Tot slot een voorbeeld waarop artikel 9c van het TRK wel van toepassing is:

 
 

De route is van pijl 1 naar pijl 2 via A-B-C.
Bij A is de weg in de richting B afgesloten. Opnemen bij B via A-D-E-F-G-B.
Men heeft nu geconstateerd dat het oude weggedeelte E-F niet te berijden is en vervangen is door een nieuw gedeelte.
Bij B is de weg in de richting C afgesloten. De route opnemen bij C door vanaf B door te rijden naar A en vervolgens naar D.
Nu zegt artikel 9c van het TRK: als men tijdens het rijden van een herconstructie geconstateerd heeft dat het verloop van een weg tussen het “begin” en het “eind”, niet overeenkomstig de kaartsituatie is, de betreffende kaartweg opnieuw gebruikt mag worden.
In deze situatie mag men volgens artikel 9c van het TRK dus opnieuw gebruik maken van de weg D-E-F-G.
Men kiest nu voor de route D-E-F-G-O-P-C omdat deze korter is dan D-H-O-P-C.